Witte wijn

Een oude stelregel was rood bij vlees en wit bij vis. Heel vaak waar, maar vanzelfsprekend zijn ook hierop de nodige uitzonderingen.
Zo past een stevige witte wijn prima bij wit vlees.
Drink eenvoudige witte wijnen altijd jong niet te koud of te warm. Circa 8º C is prima.

Een droge witte wijn heeft weinig restsuiker. De aanwezige restsuikers zijn tijdens de gisting volledig opgebruikt door de gistcellen.

Het zijn niet alleen de typisch droge wijnen als Chablis en Sancerre maar ook de betere Duitse en Italiaanse varianten en natuurlijk ook wijnen zoals de Fumé-Blanc uit de nieuwe wereld.

Een zoete witte wijn wordt op natuurlijke wijze verkregen door de aanwezige suikers in de druif te concentreren waardoor de aanwezige gistcellen de suikers niet volledig vergist krijgen.